24 april 2019

Terug in de tijd: archeologisch onderzoek bij De Vork

Terug in de tijd: archeologisch onderzoek bij De Vork

Het nieuwe opstelterrein bij De Vork in Haren krijgt steeds meer vorm. Maar naast dat opstelterrein ligt een gebied dat misschien nog wel meer bijzonder is. Daar wordt al sinds 2017 gewerkt aan een archeologisch wandelpark. Suzanne van der A, archeoloog bij ProRail, neemt ons mee in de wereld van archeologisch onderzoek. 

Suzanne vertel, wat houdt dit archeologische wandelpark precies in?

“Dit archeologisch wandelpark was eigenlijk oorspronkelijk niet zo bedacht”, vertelt Suzanne van der A. Zoals bij veel projecten wordt voorafgaand aan de werkzaamheden archeologisch onderzoek gedaan. “Tijdens het archeologisch onderzoek dat we hier deden, vonden we veel meer archeologisch waardevolle resten dan we dachten. De landschapsarchitect vond dit zo bijzonder, dat hij het ontwerp een archeologisch tintje heeft gegeven.” 

Wat hadden jullie hier dan verwacht?

“De theorie is dat dit gebied bewoond was tot het eind van de Steentijd, zo’n 2.000 voor Christus. Daarna zou het hier veel natter zijn geworden en werd er niet meer gewoond en geleefd. We hadden verwacht veel resten uit de Steentijd te vinden en dat gebeurde ook. Maar we vonden ook allerlei resten uit de Romeinse Tijd, zo’n 200 jaar na Christus,” aldus Suzanne. 

Hoe gaat archeologisch onderzoek precies in z’n werk?

Suzanne legt uit dat het onderzoek begint met handboringen. “Op basis van de resultaten van deze boringen, kunnen we grondiger bepalen of het nodig is verder te zoeken in dit gebied. De boringen lieten zien dat in dit gebied naast het nieuwe opstelterrein waarschijnlijk archeologische vondsten te vinden waren.” 

Om deze resten te vinden, werden er 357 proefsleuven gegraven om de bodem te onderzoeken. Elke proefsleuf is vier bij tien meter en is zo’n 50 tot 60 centimeter diep. Dat betekent dat er bijna 1,5 hectare van het wandelpark is afgegraven voor het proefsleuvenonderzoek. Dat is net zo veel als 3 voetbalvelden. Na dit onderzoek is er nog veel meer afgegraven, in totaal 4,6 hectare.” 

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Dat is veel! Hoe zagen die vondsten eruit?

“Dat verschilt. We hebben bijvoorbeeld 10 kilo vuursteen gevonden en we kwamen tijdens het onderzoek twee Romeinse munten tegen. Dit terwijl het Romeinse Rijk in Nederland ten zuiden van de Rijn viel en helemaal niet tot Groningen reikte. Dat laat zien dat de mensen die hier leefden connecties hadden. Maar niet alle vondsten zijn zo duidelijk als vuursteen en munten. We hebben bijvoorbeeld ook sporen gevonden van drie boerderijen uit deze tijd.” 

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Maar die boerderijen staan er nu natuurlijk niet meer. Hoe weet je dat er ooit een boerderij heeft gestaan?

“Dat weten we aan de hand van sporen in de grond. Natuurlijke en ongerepte grond heeft een bepaalde kleur. Als we een verkleuring zien in het zand, weten we dat daar iets is gebeurd. De locaties van de sporen die we hier vonden, kwamen overeen met de contouren van een boerderij.” 

Wat gebeurt er met alle resten die hier zijn gevonden?

 “Alle relevante vondsten die we vonden gaan uiteindelijk naar het provinciaal depot. Maar eerst worden ze door specialisten onderzocht en hopen we meer te leren over de geschiedenis van deze plek. Een groot deel van de vondsten blijft bewaard in de grond. Dat heeft een economisch voordeel, maar biedt ook mogelijkheden om de archeologische vondsten te bewaren voor de toekomst. Want dan zijn de technieken om de vondsten te onderzoeken waarschijnlijk nóg beter.” 

“De Vork is een bijzondere plek. Niet alleen omdat we hier veel archeologisch waardevolle vondsten hebben gedaan, maar ook omdat deze resultaten een plek krijgen in het uiteindelijke park. Twee dingen die we niet hadden verwacht.”