25 april 2019

Oud in een nieuw jasje: de bouw van een boerderij op De Vork

Oud in een nieuw jasje: de bouw van een boerderij op De Vork

Al sinds 2016 werkt aannemersbedrijf Oosterhuis B.V. aan een archeologisch wandelpark naast het nieuwe opstelterrein De Vork in Haren. De afgelopen weken werkte Max Masteling daar met zijn collega’s aan de bouw van een boerderij, bijna net zoals die er heel vroeger stonden. Max vertelt over het werk aan het wandelpark en de manier waarop archeologie daarin een rol speelt. 

We staan in het archeologisch wandelpark. Hoe is het om dat aan te leggen?

“Dat is best een uitdaging! Na het archeologisch onderzoek in dit gebied, werden bepaalde delen van de grond vrijgegeven. Bijvoorbeeld de route die het wandelpad volgt, maar ook de plek waar we de skeletboerderij hebben gebouwd. Daar mochten wij aan het werk en graven. De plekken die niet door de archeologen zijn vrijgegeven, mogen we niet verstoren.”

Maar dat kan toch niet? Jullie hebben het hele wandelpark aangelegd.

“Op de locaties die zijn vrijgegeven mogen we diep graven en al onze werkzaamheden verrichten. Maar er zijn ook plekken waarvan de archeologen hebben aangegeven dat we niet verder dan 15 centimeter mogen afgraven. Daar zijn we dan ook vanaf gebleven. Want dieper dan 15 centimeter kunnen de eerste archeologische vondsten al zitten. Die wilden we niet verstoren.” 

Hoe hebben jullie dat dan opgelost?

“Voor een deel is het plan aangepast door de landschapsarchitect. Zo was er bijvoorbeeld een kikkerpoel bedacht die zou worden afgegraven. Maar omdat we niet te diep mochten graven, was dat in eerste instantie geen optie. Toch hebben we de kikkerpoel kunnen aanleggen. Hoe? Door het om te draaien. We hebben juist meer zand gestort en de kikkerpoel verhoogd aangelegd. Daardoor hoefden we niet te graven, maar kon de kikkerpoel er toch komen.”

Wat gebeurt er als je dan toch iets vindt tijdens het werk?

“Dan zijn we verplicht daarvan melding te maken. Zodra we iets tegenkomen waarvan wij denken dat het archeologisch waardevol is, dan nemen we contact op met de archeologen. Zij komen dan onderzoeken wat we hebben gevonden en bepalen wat er vervolgens mee moet gebeuren, voordat wij verder kunnen met ons werk.”

En nu staat hier een boerderij zoals die er heel vroeger ook zou staan. Hoeveel lijken deze boerderijen op elkaar?

“We proberen met de nieuwe boerderij zo goed mogelijk rekening te houden met de materialen en mogelijkheden zoals die in die tijd werden gebruikt. We gebruiken bijvoorbeeld geen rechte balken, maar palen met een meer natuurlijke vorm die lijken op boomstammen. We maken van de boerderij een duurzaam bouwwerk dat hier nog vele jaren kan staan.” 

“Deze boerderij lijkt bijna sprekend op de boerderij die hier heel vroeger heeft gestaan. Het verschil? Voor de oude hoefden ze waarschijnlijk geen bouwvergunning aan te vragen!”

Maar de boerderijbouwers van vroeger hadden geen boormachines en tractors.

“Het is tegenwoordig wel veel makkelijker om een zo’n boerderij te bouwen. Nu hebben we grote machines waarmee we de balken kunnen optillen, elektrisch gereedschap waarmee we schroeven en bouten zo het hout in draaien. Vroeger ging dat natuurlijk allemaal met de hand en duurde het veel langer om zo’n boerderij als deze te bouwen.” 

Hoe ziet de boerderij eruit als het af is?

“De boerderij heeft een hoge kern, die we bouwen met tien verticale palen. Tussen deze palen komen horizontale balken. Buiten de kern komen kortere palen, die minder ver boven de grond uitsteken. Dat dak van de boerderij rust op de lange en de korte palen. 

De boerderijen van vroeger werden bedekt met leem om het gebouw wind- en waterdicht te maken. De boerderij zoals we die nu bouwen blijft bij het houten raamwerk, het skelet. De boerderij wordt straks wel toegankelijk, maar het is niet bedoeld als klimtoestel.” 

De foto's bij dit nieuwsbericht zijn gemaakt door Stefan Verkerk.