Spring naar inhoud

19 januari 2022

‘Een nieuw leven voor het monumentale stationsgebouw Groningen’

sizes="100vw"

Het monumentale stationsgebouw in Groningen werd in 1896 geopend als pronkstuk voor de stad Groningen. Een plek waar reizen met de trein werd verheerlijkt, als de poort naar de wereld. Reizigers konden met hun koffers in stijl wachten in de prachtige wachtruimtes van het gebouw.

Door de jaren heen is de logistieke functie van het stationsgebouw als aankomst- en vertrekplaats voor reizigers veranderd. Onder andere door de intrede van de ov-chipkaart lopen veel mensen tegenwoordig uit gemak en onbedoeld langs het stationsgebouw. Door de bouw van het nieuwe station krijgt de stationshal weer een belangrijke functie. Het is dus de hoogste tijd om het stationsgebouw, samen met de huidige gebruikers, weer een nieuwe functie te geven.

Het gebouw moet weer betekenisvol zijn voor zowel reizigers als inwoners van de stad Groningen. Iedereen moet weer volop kunnen genieten van de eeuwenoude allure die het gebouw heeft. Ook de oude en gezellige bedrijvigheid moet er weer in terugkomen. Het bedenken van een nieuwe programmering voor dit gebouw is door NS Stations gegund aan Marnix van der Scheer, architect en eigenaar van het Groningse architectenbureau MX13. Marnix doet dit samen met zijn Amsterdamse collega-architect Marcel Lok. In gesprek met Marnix vertelt hij over deze prachtige kans, over hun zoektocht naar een nieuwe bestemming en over de uitdagingen die het stationsgebouw met zich meebrengt.

Paleis met paleistuin

“Dit prominente stationsgebouw straalt zo’n hoogwaardigheid en exclusiviteit uit, waardoor het eerste was wat Marcel en ik tegen elkaar zeiden: het gebouw is gewoon een paleis, een paleis voor iedereen. En als we dan even verder mogen dromen over de context… Dan zou het fantastisch zijn als dit paleis ook een paleistuin kan krijgen. Al valt die paleistuin overigens wel buiten onze opgave”, vertelt hij gekscherend. Maar hoe kunnen wij nu dromen over een bestemming voor het gebouw als je niet ook droomt over de context.” Toevalligerwijs bleek een stedenbouwkundig bureau dat in opdracht werkt van de gemeente Groningen parallel ook het idee te hebben gehad het voorgebied van het station meer te vergroenen. Zij schetsten een beeld van een plein vol bomen, als weerslag van de wens om de stad Groningen klimaatadaptiever te maken. Dus hopelijk wordt het werkelijkheid…!”

Opborrelen van ideeën

Marnix praat gepassioneerd over de ideeën die zij hebben bedacht. “Wat wij eigenlijk met het stationsgebouw willen, is dat het een soort opkamer van Groningen wordt. Het gebouw is letterlijk een entreegebouw voor de stad. Waarbij het station tegelijkertijd een ‘couleur locale’ moet meegeven aan reizigers. Hierdoor wordt de toon gezet voor wat je gaat beleven in Groningen. Want wat we willen is dat dat werelden van zowel de stad als die van de reizigers samenkomen, zodat er een overlap ontstaat in het gebruik van het gebouw. Dus niet dat de ruimten in het gebouw worden opgedeeld in losse wereldjes. Het stationsgebouw bestaat uit een hoofdgebouw met de stationshal, een linker- en een rechtervleugel en twee paviljoens waarbij die toekomstige functies op elkaar moeten afstemmen en reageren. Het moet straks als één gebouw fungeren en een bepaalde exclusiviteit krijgen: een plek waar je elkaar ontmoet of afspreekt, een plek met cachet voor alle Groningers en waar spoorse functies hun plek hebben. Het is wel ons idee om die lokale kleur ver door te trekken in de samenwerking met lokale ondernemers. Het spectrum aan ideeën ligt vooralsnog voornamelijk in de horecasfeer.”

Nieuwe puzzel leggen met oude puzzelstukjes

Maar er zijn ook uitdagingen. “Om het gebouw een nieuwe positie te geven, moeten we vanzelfsprekend rekening houden met de huidige gebruikers en met de monumentale aspecten van het gebouw. Parallel aan onze verkenningen is er een restauratiearchitect bezig om het gebouw in zijn monumentaliteit preciezer te definiëren. En het gebouw is minder logisch dan je zou denken. We moeten het echt leren kennen. Wanden waarvan je op het eerste gezicht niet zou verwachten dat ze monumentaal zijn, kunnen dat opeens wel zijn. En andersom. Om te ontdekken welke structuren en lijnen oorspronkelijk zijn, zijn we begonnen om de oorspronkelijke gebouwstructuur over de huidige indeling te tekenen. Dit is belangrijk om te doen, omdat de Nederlandse monumentenvisie waarde hecht aan oorspronkelijkheid. In principe moet je van monumentale aspecten afblijven. En wat monumentaal in verval is geraakt, moet je herstellen. Ook als je het monumentaal kunt reconstrueren, dan moet je die kans grijpen. Onder de streep kun je eventueel nadenken over iets nieuws wat zich passend verhoudt tot het monumentale. “We proberen vooral de geest van het gebouw in ere te houden. Maar hoe zorg je ervoor dat een nieuwe structuur op een logische manier in het DNA past? We leggen als het ware een nieuwe puzzel met oude puzzelstukjes”, licht Marnix als metafoor toe.

“Tevens is het ook belangrijk dat de programmering commercieel interessant is voor NS Stations die het gebouw exploiteert. En wat betekenen onze ideeën voor de installatie-adviseur en bouwfysicus die nadenken over de verduurzaming van het gebouw? Een goed idee is een samenspel vanuit allerlei verschillende disciplines. Overleg en afstemming zijn essentieel om ervoor te zorgen dat alles in elkaar past. Dat maakt het tot een mooie gezamenlijke ontdekkingstocht.”

Eervolle opgave

Marnix straalt als hij praat over wat deze opdracht voor hem betekent. “Het is heel eervol, want op het stadhuis na is het stationsgebouw een van de meest prominente gebouwen. Vanwege zijn monumentaliteit, maar het is ook een gebouw dat iedereen kent en iedereen gebruikt. Het is verweven met het leven van heel veel mensen. Het is een spannend gebouw omdat je er eigenlijk maar een klein deel van kent. Je hebt er allerlei fantasieën over. 

Deze opgave brengt je op plekken waar je anders nooit komt. Het geeft een extra lading. Het biedt de kans om op een bepaalde manier recht te zetten wat in de loop van de tijd is scheefgegroeid. Als het ons lukt om het gebouw in zijn geheel een publiek gebouw te laten zijn, is de opdracht geslaagd.”Marnix van der Scheer heeft gestudeerd aan de HTS en aan de Academie van Bouwkunst Groningen. In 2013 heeft hij zijn eigen bedrijf opgericht. Hij is opgegroeid in een gezin dat in hun huis alles zelf verbouwde: van ontwerp, bouwkundige details tot uitvoering. Het vak is hem met de paplepel ingegoten.

In het voorjaar 2022 is meer bekend over de ideeën die Marnix en Marcel hebben bedacht om het stationsgebouw nieuw leven in te blazen.